10 juli 2008 dagblad de Pers
Circusbezoekers moeten steeds vaker langs fanatiek demonstrerende dierenactivisten. Circus Renz zegt de confrontatie te vermijden, maar de onrust groeit.
Als de demonstratie voorbij is en de dierenactivisten naar huis lopen, duikt in de straten van Amstelveen een lama op. Hij is tussen de hekken van het circus doorgeglipt en steekt de weg over. Jonge mannen in rode circuskostuums rennen voorbij, later bijgestaan door politieauto’s. Na een achtervolging van een half uur rekenen ze de lama in.
De activisten zien bevestigd wat ze net door megafoons voor de ingang al riepen: circus Belly Wien weet niet hoe met dieren om te gaan.
Circus Belly uit Wenen heeft zijn tent opgeslagen op een braakliggend grasveld in Amstelveen. Rondom staan de rijdende kooien met dieren die straks hun kunsten weer zullen vertonen: slaperige leeuwen, apen die van buurtbewoners stukjes appel krijgen en kamelen die op de foto gaan.
De bezoekers die een kaartje willen kopen, moeten eerst langs de fanatieke demonstranten met spandoeken, folders en megafoons. Ze zijn met een man of dertig, onder wie de vegan streaker, bekend van Paul de Leeuw. ‘Belly Wien, dierenbeulen!’
Soms loopt het uit de hand. Raymond Olivers, een 17-jarige activist uit Maastricht, vertelt hoe hij eind vorig jaar te grazen is genomen na afloop van een demonstratie bij circus Herman Renz in Eindhoven.
‘Ik liep naar mijn spullen die ik vlakbij had verstopt, toen een man of zes van het circus op me afstormde. Een van hen sloeg me met een ijzeren staaf op het hoofd, waardoor ik buiten westen raakte. Toen ik opstond, kreeg ik nog een paar schoppen.’
Herman Renz ontkent stellig, al heeft tourneemanager Marcel Bergema wel ‘het gerucht gehoord dat er is geduwd en getrokken’, zegt hij aan de telefoon. ‘Ons beleid is juist dat we niet de confrontatie met dierenactivisten aangaan. Daarmee creëer je alleen maar een Ajax-Feyenoord-gevoel en krijg je nog meer last van ze. Gaan ze foto’s op hun website zetten en je nog meer als een crimineel afschilderen. Hier zijn geen foto’s van. Dit is een onzinverhaal.’
Volgens Bergema is er bij andere circussen wel eens gevochten tussen activisten en circusmedewerkers. Belly Wien is er berucht om. ‘Deze mensen hebben zelf geen werk’, zegt een medewerker van het Weense circus met Duits accent. ‘Je ziet ze in heel Europa. Soms snijden ze onze slangen stuk, of bekladden ze onze wagens. Wij moeten ons verdedigen.’
Vanavond niet. Vanavond staan er vijf agenten tussen de demonstranten en het circuspersoneel in.
Meer dan ooit is er aandacht voor de belangen van dieren. En Respect voor Dieren, een van de groepen in de radicale voorhoede van de dierenrechtenbeweging, heeft de circussen uitgekozen als nieuw doelwit. ‘Eind vorig jaar zijn we daar mee begonnen’, zegt woordvoerder Max Boon. ‘Je moet prioriteiten stellen en het weren van dieren uit circussen lijkt ons een haalbaar doel. Het uitbannen van bont, bijvoorbeeld, is een stuk moeilijker.’
Twee jaar eerder begon ook een wat minder militante beweging met zijn campagne tegen dieren in het circus: Wilde dieren de tent uit!, een verbond van onder meer de stichting Aap, de Sophia-vereniging en lokale afdelingen van de Dierenbescherming. ‘Wij demonstreren niet voor circussen, maar zoeken het in politieke lobby en voorlichting’, zegt woordvoerder Jeroen van Kernebeek. Zoals de naam suggereert, richt ‘Wilde dieren de tent uit’ zich op het gebruik van ‘wilde dieren’. ‘Ook bij gedomesticeerde dieren als paarden en honden kan het fout gaan in circussen. Maar wilde dieren als leeuwen, olifanten, lama’s of krokodillen horen er per definitie niet thuis. Ze hebben er het karakter niet voor, je kunt ze niet mak of onderdanig maken, ook al leven ze soms al drie generaties in het circus.’
Daarbij leven ze ook in een weinig natuurlijke omgeving, zegt Van Kernebeek. De kooi van een circustijger lijkt in de verte niet op de wilde omgeving in Afrika. ‘En een olifant loopt normaal gesproken 50 kilometer per dag. In de richtlijnen die de circusbranche zelf heeft opgesteld staat dat ze achttien uur per dag aan de ketting mogen.’
Bij Respect voor Dieren gaan ze een stap verder. ‘Het enige diervriendelijke circus is een circus zonder dieren, dus ook zonder gedomesticeerde dieren. Paarden, honden en ganzen hebben ook hun verlangens en behoeften. De circussen sluiten ze op in kleine kooien en slepen ze van hot naar her.’
Het mag een discussie in de marge lijken, het is het niet. De Tweede Kamer vergaderde eerder dit jaar uitgebreid over dierenwelzijn en een van de onderwerpen die voorbijkwam waren de circussen. Een linkse meerderheid bleek zich tegen het gebruik van wilde dieren in het circus te keren en volgt daarmee een internationale trend. In landen als Oostenrijk, Kroatië, Hongarije, Israël, India en Costa Rica geldt al een verbod. In Engeland hebben zo’n tweehonderd gemeenten tot hetzelfde besloten.
Voordat in Nederland een definitief besluit wordt genomen, verschijnt er eerst een onderzoek naar het welzijn van dieren in circussen, onder auspiciën van de Wageningen Universiteit. ‘Wij zijn alleen maar blij met dat onderzoek’, zegt Marcel Bergema van circus Herman Renz, tot begin dit jaar ook secretaris van de Vereniging van Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO) met zestien aangesloten circussen. ‘De uitkomst zal zijn dat in de goede circussen niks mis is met het dierenwelzijn.’ Volgens hem kunnen strengere regels wel tot een sanering van de branche leiden – want er zijn inderdaad circussen die het niet zo nauw nemen met dierenwelzijn - maar dat hoort bij verdergaande professionalisering.
Een verbod door deTweede Kamer op wilde dieren in het circus noemt hij ‘ondenkbaar’. Allereerst maakt hij bezwaar tegen ‘wilde dieren’. ‘Dat suggereert dat ze in het wild zijn gevangen, terwijl ze al generaties in gevangenschap leven en zijn meestal in de dierentuin zijn geboren.’ Bergema heeft het daarom liever over ‘roofdieren’. ‘Leeuwen en tijgers behoren tot de katachtigen, heel goed geschikt voor te circus. Het zijn luie beesten die twintig uur per dag slapen.’
De behandeling van dieren in circussen is de afgelopen jaren ook veranderd, zegt Bergema. ‘Vroeger lieten we zien wat voor een macht mensen over dieren konden uitoefenen. Het was de tijd van aapjes op fietsen. Nu doen de dieren dingen die passen bij hun natuur. Een leeuw springt door een hoepel omdat hij het leuk vindt. Zeehonden laten een bal op hun snuit balanceren en genieten daarvan. We showen de schoonheid van het dier en de goede band die mens en dier hebben.’
Geen macht tonen? Een dompteur die zijn hoofd in de opengesperde bek van een leeuw steekt? ‘Dat gebeurt zonder enige dwang’, houdt Bergema vol. ‘Je toont aan dat dompteur en leeuw vrienden zijn.’
Olifanten die het grootste deel van de dag aan een ketting staan? ‘Onze richtlijnen zijn niet heilig.’, antwoordt Bergema. ‘Als uit het onderzoek van de Wageningen Universiteit andere aanbevelingen komen, zullen we die opvolgen.’
In een tijd met vele andere mogelijkheden tot ontspanning hebben de circussen het niet per se moeilijk, zegt Bergema.
‘Vorig jaar telden de circussen in Nederland 1,1 miljoen bezoekers. De kerstcircussen lijken alleen maar populairder te worden. Ook de kleinere circussen bij de camping doen het goed.’ Op dit moment toeren twaalf circussen door Nederland. En in het merendeel zijn nog altijd acts met dieren te zien. Er is volgens Bergema geen trend van minder dieren in circussen. Of zelfs helemaal geen dieren, zoals bijvoorbeeld in Cirque du Soleil. Volgens Wilde dieren de tent uit, is dat de internationale trend, in elk geval worden wilde dieren steeds minder gebruikt.
Bergema ziet die ontwikkeling niet. ‘De trend is wel dat overheden zich meer met circussen bemoeien. Er wordt ook steeds meer waarde gehecht aan dierenwelzijn. Maar een circus zonder roofdieren.... het hoort er gewoon bij, van oudsher.’
Hij beklemtoont dat de actiegroepen recht hebben op hun mening. ‘Maar soms voeren activisten bij de ingang toneelstukjes op, waarbij dieren door circusmedewerkers worden mishandeld. Op het publiek heeft dat geen effect. Dat arriveert vaak al met kaarten op zak en denkt alleen maar: ‘Oh, daar heb je er weer een paar.’ Maar voor ons is het kwetsend. We hebben activisten wel eens uitgenodigd om bij een training van dieren aanwezig te zijn en dan te oordelen. Maar dat weigeren ze. Een normaal gesprek is met die fanatiekelingen echt onmogelijk.’
Toch lijkt het een onomkeerbaar proces. In afwachting van politiek Den Haag, dat zich later dit jaar zal uitspreken, weigeren gemeenten als Winschoten en Alphen aan den Rijn alvast de toegang van wilde-dierencircussen.
En daarna, zijn dan de dierentuinen aan de beurt? ‘Er zijn wel belangrijke verschillen tussen circussen en dierentuinen’, zegt Van Kernebeek. ‘In dierentuinen leven de dieren in een omgeving die meer op de natuur lijkt. Ze hoeven niet vervoerd te worden en geen kunstjes te leren. Bovendien hebben dierentuinen een educatieve functie en dragen ze bij aan het in stand houden van soorten.’ Max Boon van Respect voor Dieren ziet de dierentuin wel als toekomstig target. ‘Het is toch een vorm van vermaak. Laat kinderen maar naar een natuurfilm kijken, daar leren ze veel meer van. En de soort behouden, lijkt me ook iets dat beter in het wild, moet gebeuren.’
Rectificatie:
In een citaat van Jeroen van Kernebeek staat de ‘kooi van een circustijger lijkt in de verte niet op de wilde omgeving in Afrika.’ Dit is niet gezegd, het betreft een door de Pers foutief opgeschreven citaat. In Afrika komen geen tijgers in het wild voor. Tijgers leven in Azie.